Racisme en intimidatie door politie Amsterdam
Een langdurige periode van digitale verstoring, vermeende interferentie, racistische discriminatie, zware beschuldigingen en tevergeefse pogingen om duidelijkheid te krijgen van publieke autoriteiten.
Achtergrond
De getuige beschrijft een periode vanaf 2017 waarin hij naar eigen zeggen te maken kreeg met langdurige digitale verstoring van communicatie en apparatuur, met name rondom het delen van informatie over discriminatie en politieoptreden. De meldingen betreffen vermeende interferentie met e-mail, sociale media en bestandsuitwisseling.
Gemelde incidenten
- vermoedelijke toegang tot en verstoring van persoonlijke communicatie;
- racistische en discriminerende opmerkingen in (informele) contacten;
- vertragende of vertraagde afhandeling van klachten en informatieverzoeken;
- zware beschuldigingen zonder formele vastlegging of wederhoor;
- vermoedelijke surveillance en schaduwing zonder aankondiging;
- niet-registratie of niet-ontvangst van formele aangiften en klachten.
Pogingen tot rechtsherstel
De getuige meldt pogingen via meerdere kanalen: klachten bij de politie, verzoeken onder de Wpg en AVG, contact met de Nationale Ombudsman en het College voor de Rechten van de Mens. Volgens het verslag bleef een betekenisvolle, onafhankelijke reactie uit of werd deze vertraagd.
Onbeantwoorde vragen
- is er daadwerkelijk sprake geweest van bijzondere opsporingsbevoegdheden, en zo ja, op welke grondslag?
- zijn klachten geregistreerd en doorgezonden naar de juiste afdeling?
- zijn persoonsgegevens verwerkt in overeenstemming met Wpg en AVG?
- waarom zijn informatieverzoeken niet of vertraagd beantwoord?
- is er sprake geweest van discriminerende behandeling op grond van oriëntatie?
Waarom publicatie
Dit verslag raakt kwesties van legitiem publiek belang: toegang tot recht, gelijke behandeling door de overheid, controle van bijzondere opsporingsbevoegdheden en transparantie van klachtenprocedures. Onafhankelijk onderzoek kan vaststellen wat er is gebeurd, feiten van beschuldigingen onderscheiden en identificeren of beleid of individuele beslissingen hebben gefaald.